Het testen op niet-vluchtig residu is een relatief eenvoudige procedure, maar kan tijdrovend en omslachtig zijn om uit te voeren. Het proces moet met zorg worden uitgevoerd om variabiliteit in de resultaten te minimaliseren.
De gravimetrische bepaling van het NVR-gehalte houdt in dat het oplosmiddel verdampt tot volledige droogte. NVR-niveaus van 0,1 tot 100 ppm zijn gebruikelijk, dus in deze gevallen wordt het gebruik van een microbalans aanbevolen.
Belangrijke standaarden voor de gravimetrische bepaling van niet-vluchtig residu
ASTM E1235: Standaardtestmethode voor de gravimetrische bepaling van niet-vluchtig residu (NVR) in gecontroleerde omgevingen die worden gebruikt voor assemblage, testen en verwerking van ruimtevaartuigen. Deze standaard wordt gebruikt als referentie voor het testen van veel verschillende soorten producten.
ASTM D1353: Standaardmethode voor niet-vluchtige stoffen in vluchtige oplosmiddelen voor gebruik in verf, vernis, lak en aanverwante producten. Zie ook ISO 3251 voor het bepalen van het niet-vluchtige stofgehalte in de verf- en vernisindustrie.
De International Disk Drive Equipment and Materials Association (IDEMA) en IEST (Institute of Environmental Sciences and Technology) publiceren ook normen voor de elektronica-industrie, met name voor het testen op organische verontreinigingen als niet-vluchtig residu op elektronische componenten.
De door IDEMA gepubliceerde vergelijking voor het berekenen van de NVR-massa per oppervlakte-eenheid is als volgt: